NGS Inventarisatie

Anders dan het geval was bij andere waterstaatkundige objecten, zoals sluizen, stuwen en bruggen, ontbrak bij het begin van de activiteiten van de NGS het overzicht van het aantal, de aard en de hoedanigheid van de installaties die het aandachtsveld van de NGS vormden. Onduidelijk was daardoor welke installaties, zowel al afgestoten als nog in bedrijf zijnde, de moeite van het behouden, direct of in de toekomst, waard waren en welke criteria daarvoor zouden moeten gelden. Een eerste aanzet om dit gemis weg te nemen, was het in 1995 onder auspiciën van het Projectbureau Industrieel Erfgoed in opdracht van de NGS door Tak architectenbureau bv uitgevoerde onderzoek naar gemalen in het licht van het bevorderen van selectief behoud van roerend en onroerend industrieel erfgoed. Daarbij is de verscheidenheid aan typen gemalen door het ontwikkelen van een technisch-waterbouwkundige typologie in beeld gebracht. Vervolgens werden criteria opgesteld om de waarde van deze objecten te kunnen bepalen voor een daaruit volgende selectie van de belangrijkste voorbeelden uit de ontwikkeling van de techniek van de mechanische bemaling in Nederland.

Om de omvang van de inventarisatie en het daaruit volgende bestand te beperken zonder de kwaliteit en de representativiteit te kort te doen is besloten om, met uitzondering van bijzondere daarvoor aangemerkte gevallen, vijzelgemalen met een capaciteit kleiner dan 40m³/min. en overige pompgemalen met een capaciteit kleiner dan 10m³/min. buiten beschouwing te laten.
De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het in 1995 uitgebrachte rapport getiteld ‘Gemalen… als het water deert’. Dit rapport en de hiervoor gebruikte aanpak hebben als proef gediend voor de hierop volgende brede inventarisatie van het Nederlandse gemalenbestand met een daaraan gekoppelde waardestelling en selectie van gemalen die kenmerkend zijn voor de ontwikkeling van de mechanische bemaling in ons land. Getracht wordt dit bestand, door periodieke actualisering via de waterschappen, zo compleet mogelijk te houden.


Doel en randvoorwaarden

Het primaire doel van de inventarisatie is om aan de hand van de waardebepaling en de waardering van een aantal specifieke kenmerken tot een selectie te komen van een aantal gemalen die kenmerkend zijn voor de geschiedenis van de ontwikkeling van de mechanische bemaling in Nederland. Echter zonder hieraan direct de noodzaak van behoud te koppelen en met het uitgangspunt dat (de wens tot) behoud op basis van de selectie nooit mag gaan ten koste van de functionaliteit en bruikbaarheid van een gemaal. Belemmering en/of beperking van de functionele inzetbaarheid en/of (gevolg)schade voor de eigenaar zijn hierbij eveneens een belangrijk aspect.


Selectie methodiek

De verscheidenheid en het aantal gemalen in het onderzoeksgebied zijn te groot om met een ongedifferentieerde vergelijking tot een goed overzicht te komen van de voor de geschiedenis van de mechanische bemaling relevante gemalen.  Daarom is het bestand opgedeeld door het vaststellen van typologische hoofdsoorten van vergelijkbare gemalen. Deze hoofdsoorten worden bepaald door drie elementen:

  • de functie van het gemaal
  • het (soort) opvoerwerktuig
  • het (soort) aandrijfwerktuig

De gehanteerde functionele indeling onderscheidt:

  • boezemgemalen
  • poldergemalen
  • gecombineerde boezem- en poldergemalen
  • inlaatgemalen
  • sluisgemalen

De onderscheiden opvoerwerktuigen zijn, in chronologische volgorde van hun ontwikkeling / toepassing:

  • het scheprad
  • de vijzel
  • de zuigerpomp
  • de zuig- perspomp      
  • de centrifugaalpomp
  • de verticale schroefpomp
  • de horizontale schroefpomp
  • de centrifugaalpomp met betonnen slakkenhuis
  • de schroefcentrifugaalpomp
  • de schroefcentrifugaalpomp met betonnen slakkenhuis
  • de onderwater / dompelpomp
  • de schroefpomp met betonnen pomphuis
  • de horizontale onderwaterschroefpomp (bulbpomp)

De vormen van aandrijving zijn, in volgorde van hun ontwikkeling:

  • de stoommachine
  • de zuiggasmotor
  • de dieselmotor
  • de elektromotor
  • de dual-fuel motor
  • de aardgasmotor
  • combinaties van verschillende hierboven genoemde werktuigen: de zogenoemde “hybride” aandrijving

Het geïnventariseerde gemalenbestand is met behulp van de hiervoor genoemde variabelen ingedeeld in groepen gelijksoortige gemalen. Theoretisch zijn er 455 combinaties van functionele indeling, soort opvoerwerktuig en soort aandrijfwerktuig mogelijk. Deze worden in deze beschouwing voortaan aangeduid als hoofdsoorten. Op basis van de inventarisatie blijken er thans 44 hoofdsoorten voor te komen in Nederland, waarvan 39 in bedrijf of werkende staat.
Alle soorten opvoerwerktuigen, zoals hierboven opgesomd, komen nog voor. Bij de aandrijfvormen komt de zuiggasmotor al lang niet meer en de dual-fuel motor sinds kort nog in één geval voor. Dit laatste geldt ook voor de aardgasmotor.


Waardering en waardestelling

Bij de beoordeling van een gemaal is de kwaliteit en vervolgens de weging van een vijftal hoofdkenmerken bepalend. In volgorde van belangrijkheid zijn dit:

  • het opvoerwerktuig
  • het aandrijfwerktuig
  • het aanwezig zijn van een ensemble met andere waterstaatkundige elementen/objecten
  • de situering
  • het gebouw

* HET OPVOERWERKTUIG EN HET AANDRIJFWERKTUIG.
De kwaliteit en de daaruit volgende waardering en vervolgens de weging van het opvoerwerktuig en het    
aandrijfwerktuig worden, ieder voor zich, beoordeeld aan de hand van een drietal criteria:

  • oorspronkelijkheid
  • plaats in de ontwikkeling
  • compleetheid

De mate van oorspronkelijkheid is hierbij in een drietal categorieën te verdelen:

  • ongewijzigd
  • gewijzigd volgens de oorspronkelijke opzet
  • ingrijpend gewijzigd

Het ongewijzigd zijn van een installatie betekent dat het bij de stichting van het gemaal behorende opvoer- en/of  
aandrijf  werktuig ongewijzigd aanwezig is; kleine ingrepen in het kader van regulier onderhoud daargelaten.
Deze situatie wordt als meest waardevol beschouwd.
Gewijzigd volgens de oorspronkelijke opzet  wil zeggen dat het werktuig in de huidige situatie op een 
gelijksoortige wijze vertegenwoordigd is als in de oorspronkelijke situatie, maar niet meer in de originele staat.  
Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de oorspronkelijke elektromotor is vervangen door een nieuwe/andere 
elektromotor.
Ingrijpend gewijzigd betekent dat een werktuig in de huidige situatie, nog wel grotendeels binnen de  
oorspronkelijke civiel-bouwkundige behuizing, op een totaal andere manier vertegenwoordigd is. Dit is  
bijvoorbeeld het geval bij de elektrificatie en/of de verdieseling van een stoomgemaal of bij het vervangen van
een vijzel door een schroefpomp.

De plaats in de ontwikkeling van het opvoerwerktuig/aandrijfwerktuig in het geheel van gelijksoortige    
werktuigen wordt vastgesteld en gewaardeerd op het voorkomen van deze werktuigen in de periode waarin  
deze ontwikkeling heeft plaats gevonden. De hierbij bedoelde periode is daarbij steeds in drie stukken verdeeld
welke een vroege, gemiddelde of late toepassing aangeven. Vroege toepassing van een werktuig levert de   
hoogste en late toepassing de laagste waardering op.

Compleetheid kent een waardering toe aan de mate waarin een gemaal, of een onderdeel daarvan, compleet  
is; dat wil zeggen nog inzetbaar is ten behoeve van de waterhuishouding. De situatie waarin een gemaal nog in   
functie is en wordt ingezet verdient de hoogste waardering. Ook gemalen die normaliter niet meer werkzaam zijn  
maar, als daaraan behoefte zou zijn, technisch in staat zijn een functie te vervullen in het peilbeheer worden als  
zijnde in functie beschouwd (reserve of stand-by gemalen).                                                                         
Bij het buiten gebruik stellen van een gemaal kan, afhankelijk van de wijze waarop en met welke technische  
ingrepen dit gebeurt, de compleetheid veranderen. Indien in een gemaal meerdere opvoer- en/of aandrijf-
werktuigen aanwezig zijn, worden deze bij de waardering elk afzonderlijk beschouwd waarna vervolgens het
gemiddelde van de waarderingen wordt genomen om van dit onderdeel van de installatie de waarde te bepalen
alvorens de weegfactor (zie weging) wordt toegepast.

* HET AANWEZIG ZIJN VAN EEN ENSEMBLE.
De waardering van de rondom/bij het gemaal aanwezige waterstaatkundige elementen ontstaat door het tellen 
van het aantal elementen. De kwaliteit of importantie van het element speelt geen rol.
Er wordt waardering toegekend aan de aanwezigheid van:                   

  • dienstwoningen/gebouwen
  • brandstof- en andere opslagplaatsen
  • sluizen
  • stuwen
  • seinmasten
  • molen(s) ten dienste van het peilbeheer
  • een ouder en/of nieuwer gemaal
  • bruggen

* DE SITUERING
De waardering van dit kenmerk wordt bepaald door de herkenbaarheid van de situatie en de mate van 
verandering waaraan de directe omgeving van het gemaal onderhevig is geweest.
Een waterhuishoudkundige situatie wordt als herkenbaar beschouwd wanneer er zichtbaar sprake is van de 
aanwezigheid van het gemaal op een raakpunt met één of meer waterlopen. Gemalen waarbij de relatie tot het 
water niet, of slechts gedeeltelijk, zichtbaar is worden in dit opzicht als minder waardevol beschouwd.
Daarnaast kan een gemaal door zijn ligging een waardevol onderdeel uitmaken van de landschappelijke   
situatie. 
Naarmate de omgeving van een gemaal in de loop van de tijd in belangrijke mate onveranderd is gebleven 
wordt deze waarde hoger aangeslagen. Een verandering wordt daarbij als belangrijk beoordeeld wanneer het
functionele gebruik van de directe omgeving is gewijzigd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een gemaal dat
vroeger vrij in het landschap was gelegen, maar waar thans een spoorbaan of rijksweg vlak langs loopt.

* HET GEBOUW
De waarde van de bouwkundige elementen van het gemaal wordt beoordeeld aan de hand van specifiek voor 
gemalen relevante criteria, wat betreft:

  • de functionaliteit/functionele samenhang
  • de architectuur/vormgeving

 
Deze criteria zijn de volgende:

  • het belang van het gemaal voor het oeuvre van een ontwerper of architect
  • het belang van het gemaal vanwege bijzondere esthetische kwaliteiten van het ontwerp, gezien in het tijdsbeeld van de ontstaansperiode
  • het belang van het gemaal vanwege het bijzondere materiaal gebruik en/of toegepaste ornamentiek
  • het belang van de relatie tussen de vormgeving en de functionaliteit van het gemaal

 

Weging

Voor de bepaling van de weegfactoren van de kenmerken en de criteria wordt gebruik gemaakt van de door prof.dr.ir. de Ridder e.a. ontwikkelde methode voor de evaluatie van data.
Voor de kenmerken levert dit de volgende weegfactoren:

  • A  opvoerwerktuig……………….…   weegfactor 5
  • B  aandrijfwerktuig…………………   weegfactor 4
  • C  ensemble …………………….…   weegfactor 3
  • D  situering …………………………  weegfactor 2
  • E  gebouw ……………………….…  weegfactor 1

Voor de bepaling van de zwaarte van de criteria ontstaan de volgende weeg/waarde factoren:

  • a  oorspronkelijkheid ……………...  weegfactor 3
  • b  plaats in de ontwikkeling ………. weegfactor 2
  • c  compleetheid ……………………. weegfactor 1

Met betrekking tot het kenmerk ensemble:

  • a  aantal elementen…………………weegfactor 2

Met betrekking tot het kenmerk situering:

  • a  waterhuishoudkundige situatie :..weegfactor 2
  • b  oorspronkelijkheid omgeving …  weegfactor 1                

Met betrekking tot het kenmerk gebouw:

  • a  functionele samenhang………    weegfactor  2
  • b vormgeving……………………     weegfactor1

 

Berekening van de score

Door de weging van de kenmerken en de zwaarte van de criteria te koppelen ontstaat een rekenschema waarmee de totale waarde (score) van het betreffende gemaal bepaald wordt.
Dit rekenschema ziet er als volgt uit:


 

De selectie

Alle geïnventariseerde nog in bedrijf zijnde, in werkende staat verkerende en/of een nog intact zijnde installatie bezittende gemalen zijn verzameld in een totaallijst, de zogenoemde T-lijst.
Binnen de aangegeven hoofdsoorten vindt vergelijking plaats op basis van de score die berekend is aan de hand van de selectiecriteria en ontstaat de “Selectie”, de zogenoemde A-lijst. 
Naast de A-lijst bestaat een reserve of B-lijst; hierop staan de gemalen die in hun hoofdgroep de op één na hoogste score hebben. Zij vormen de groep waaruit de opvolger komt indien een gemaal uit de A-lijst verdwijnt tengevolge van wijziging van één of meer van de vijf hoofdkenmerken. 
De op een gegeven moment uit de oorspronkelijke A-lijst wegvallende gemalen zijn verzameld op de zogenoemde ex A-lijst. Hiermee wordt voorkomen dat een dergelijk gemaal in de anonimiteit verdwijnt terwijl het waarschijnlijk nog steeds van belang is als illustratie van de geschiedenis van de mechanische bemaling. De technische en cultuurhistorische informatie blijft zodoende bewaard. 
Naast de A-, B- en ex A-lijst zijn uit het bestand daarnaast de volgende lijsten samengesteld:

  • C-lijst, sluis-en doorspoelgemalen
  • D-lijst, gemechaniseerde poldermolens
  • E-lijst, inlaatgemalen

Van de gemalen op de A-lijst wordt een uitgebreide historisch-technische beschrijving gemaakt, waar mogelijk aangevuld met tekeningen en/of foto’s. In het verlengde hiervan hebben dus ook de gemalen op de ex A-lijst een dergelijke beschrijving.
De eerste versie(peildatum 1 september 2007) van deze lijsten en de beschrijving van de A-lijst gemalen is opgenomen in de NGS Gemalen Gids, uitgave 2007.

Actualisatie
De A- en B lijst worden periodiek, met een maximale tussentijd van twee jaar, geactualiseerd, evenals het eerstvolgende T-lijstgemaal. Daarnaast wordt het inventarisatiebestand geactualiseerd wat betreft nieuwe- en opgeheven gemalen.

CONTACT

secretaris
ir. C.H.B.M. Ceelaert
Sportlaan 63,
5242 GP Rosmalen
06-54637019
073-5220792






Ontwerp  Realistatie