| Verhalen
Grootste stoomgemaal
draait nog steeds
Het stoomgemaal bij Lemmer, het ir. D.F. Woudagemaal,
staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Dat is een zeer
exclusieve lijst waar nog geen 800 plaatsen op de wereld op vermeld
staan. Plaatsen waarvan de Verenigde Naties menen dat die voor
het nageslacht bewaard moeten blijven en die dus beschermd zijn.
De Rijnlander ging een kijkje nemen.
Door Erwin Albrecht
De
kans dat het gemaal draait tijdens het bezoek is niet erg groot.
Een strakblauwe hemel en ruim twintig °C zijn geen condities
die het waarschijnlijk maken dat het stoomgemaal moet bijspringen
om de Friese boezem op peil te houden. En inderdaad, als we het
terrein van oprijden ligt het gemaal stil.
Toen eind 19e en begin 20e eeuw de wateroverlast steeds vaker
optrad – als gevolg van toename van de afwatering uit de
polders, verkleining van de boezem en het feit dat boeren er geen
genoegen meer mee namen dat de lage graslanden een groot deel
van de winter onder water stonden – besloten Provinciale
Staten van Friesland op 7 februari 1913 tot de bouw van het stoomgemaal.
Bliksem
Het Woudagemaal is gebouwd in de periode 1915 – 1920. Weliswaar
was het stoomtijdperk toen al aardig op z’n retour, de bedrijfszekerheid
en de relatief lage kosten deden het waterschap er toe besluiten
voor kolengestookte stoommachines te kiezen en niet voor diesel-
of elektromotoren.
De bouw heeft vrij lang geduurd, onder andere als gevolg van de
Eerste Wereldoorlog. Daardoor waren grondstoffen schaars of helemaal
niet verkrijgbaar. De kosten van de bouw en bijkomende werken
werden in 1911 geraamd op fl. 1,8 miljoen. Bij de oplevering van
het gebouw in 1920 bleken de totale kosten ruim fl. 2,8 miljoen
te hebben bedragen.
Een flinke tegenslag was de blikseminslag in de 60 m. hoge schoorsteen.
Omdat het metselwerk nog niet voldoende was uitgehard, was er
nog geen bliksemafleider aangebracht. Na de inslag restte nog
slechts de halve schoorsteen, die tot op het fundament gescheurd
was. De herbouw kosten bedroegen bijna het dubbele van het oorspronkelijke
bedrag.
Destijds is het gemaal gebouwd als noodvoorziening. Het meeste
water uit de boezem gaat via twee spuisluizen (Bij Dokkumer Nieuwe Zijlenbij en Harlingen) de Waddenzee in. Vanwege het tij is
het echter niet altijd mogelijk te spuien.
Een gemaal alleen heeft niet zo veel zin; er moet ook water zijn
om te malen. Daarvoor is een stroomkanaal gegraven vanaf de Grote
Brekken en een kanaal van de Grote Brekken naar het Koevordermeer.
In totaal 6 kilometer lang, 44 tot 87 meter breed en 3 meter diep,
ofwel bijna 1,2 mln. m3 grond moest verzet worden om het gemaal
aan te sluiten op de boezem.
4000 m3 per minuut
Tot in de ingebruikname ( in 1966) van het elektrisch
gemaal bij Stavoren heeft het Woudagemaal in z’n eentje
de Friese boezem bemalen. Het boezemland is ruim 300.000 ha groot,
de oppervlakte van de boezem zelf bedraagt zo’n 15000 ha.
Het gemaal heeft een capaciteit van 4000 m3 per minuut, bij een
opvoerhoogte van 1 meter en een toerental van 100 omwentelingen
per minuut.. Het gemaal zelf bestaat uit een viertal stoommachines
die ieder twee centrifugaalpompen aandrijven. De stoom komt uit
een viertal oliegestookte ketels.
Het opstarten van het gemaal neemt zo’n 6 uur in beslag.
Het opstarten gebeurt met dieselolie, die de zware stookolie moet
verwarmen. Stookolie is namelijk te dik en te stroperig om bij
lage temperatuur te gebruiken. Pas bij een temperatuur van ruim
boven de 100° C. is het vloeibaar genoeg. Vroeger, toen de
ketels nog met kolen gestookt werden, duurde het opstarten een
volle dag. Normaal zijn twee ketels voldoende om de pompen aan te drijven bij 90 omwentelingen per minuut. Onder bijzondere omstandigheden worden drie ketels gestookt met 105 omwentelingen per minuut. De vierde ketel is reserve.
Kort na de tweede wereldoorlog is het gemaal ook nog een periode
met turf gestookt. De provincie had zich namelijk garant gesteld
voor de afname van een bepaalde hoeveelheid turf, om daarmee de
turfwinning te stimuleren. De stokers hadden er niet zo veel mee
op. Het kost nogal wat moeite om de turf op de juiste plek op
het vuurbed te krijgen. Daarnaast heb je twee keer zoveel turf
als kolen nodig om de stoomketel aan de gang te houden.
Vanwege de oorspronkelijke staat waarin het gemaal verkeert en
het feit dat het volgens de Unesco een uniek voorbeeld is van
de Nederlandse waterhuishoudkunde en van het stoomtijdperk, is
het gemaal op de werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst.
Het gemaal is open voor publiek. Kijk op
www.woudagemaal.nl
voor de openingstijden. Hier kun je je ook aanmelden voor een
emailbericht als het gemaal draait.
|