Verhalen

De betekenis van vrijwilligers bij de restauratie en exploitatie van stoomgemaal “De Tuut” te Appeltern

Inleiding

De toen pas opgerichte stichting Baet en Borgh werd in 1984 eigenaar van het stoomgemaal De Tuut. Het toenmalige Polderdistrict Groot Maas en Waal had een nieuw magazijn en werkplaats bij haar kantoor in Druten gebouwd en het stoomgemaal, dat gedurende de periode 1967 tm 1984 de functie van magazijn en werkplaats vervulde, werd afgestoten.
De stichting Baet en Borgh werd  eigenaar van een middelgroot stoomgemaal met een capaciteit van 440 kuub per minuut bij 4 meter opvoerhoogte.
De kosten van de restauratie werden – in 1984 - globaal begroot op een bedrag van ruim een miljoen gulden.

Het gemaal omvatte:

  1. een spuisluis;
  2. een machinezaal met 2 gelijkstroomstoommachines met daaraan gekoppeld  de beide centrifugaalpompen;
  3. het ketelhuis met 3 ingemetselde stoomketels met oververhitters compleet in een ketelbatterij;
  4. een schoorsteen die herbouwd moest worden;
  5. een in deplorabele kolenloods van 200 m2

De beide dienstwoningen werden niet overgedragen aan de stichting. Deze werden eerder aan particulieren verkocht.

De geschiedenis van het complex.

Het gemaal werd van 1916 tm 1919 gebouwd, op de Appelternse sluis in opdracht van de gecombineerde waterlossing van het stroomgebied Nieuwe wetering. Een gebied van 10.000 hectare groot.
Dit gemaal was noodzakelijk omdat bij de vele hoge rivierstanden van de Maas een lozing onder vrij verval niet mogelijk was. Hierdoor inundeerden belangrijke delen van dit lage gebied en waren voor de landbouw onbruikbaar.
Het stoomgemaal heeft ongeveer ƒ 350.000,- gekost.
Om een idee te krijgen van de investering die daar mee gemoeid was: in dezelfde tijd werden er in het Land van Maas en Waal nog laat-neogotische kerken gebouwd met 500 zitplaatsen en een hoge toren voor een bedrag van rond de ƒ107.000,-.
Het gemaal heeft van 1917 tm 1967, zonder aanpassingen of storingen, naar behoren gefunctioneerd.

Stoomgemalen in Nederland.

Gedurende de periode van1840 tm 1922 zijn er, voor de waterbeheersing in Nederland, meer dan 700 stoomgemalen gebouwd. In het Gelders rivierengebied zijn er 34 en in het Land van Maas en Waal 8 stoomgemalen gebouwd.
Stoomgemaal De Tuut is het enige van de 34 stoomgemalen in het Gelders Rivierengebied dat is blijven bestaan, mede dankzij de inzet van de vele vrijwilligers.

Hoe werf je vrijwilligers

Nadat het stoomgemaal eigendom was geworden van de Stichting Baet en Borgh werden de eerste plannen gesmeed voor de restauratie van dit monument. De periode van 1985 t/m 1996 werd hoofdzakelijk benut voor het vele ambtelijke en bestuurlijke overleg, vaak tot vervelens toe van de betrokken autoriteiten waarbij aangeklopt werd, getouwtrek over het wel of niet subsidiëren en het al dan niet voorrang verlenen. Gewekte hoop werd soms de bodem ingeslagen en later weer gewekt. Vergaderingen uit die tijd schetsen een bijna moedeloos makend verhaal over uitstellen, geld beloven en niet geven.
Dit proces heeft hier, voordat er middelen van de nationale overheid beschikbaar werden gesteld, erg lang geduurd. Door het vele achterstallig onderhoud (men was aanvankelijk -  van 1980 tot 1983 – voornemens het complex te slopen) gedurende de 25 voorafgaande jaren was het stoomgemaal ernstig in verval geraakt.
Nadat het gemaal uiteindelijk eigendom was geworden van de Stichting Baet en Borgh, werden in 1985, via de lokale pers, de eerste vrijwilligers geworven.
Er werden vooral mensen gezocht met een technische achtergrond. Een groep van 8 personen is daarna in 1985 begonnen met opruimen van rommel, het conserveren van veel zaken en het behoeden voor verder verval. Om de 14 dagen was er een werkzaterdag gepland. Het gebouw werd wind en waterdicht gemaakt. Alle nog aanwezige tekeningen, de meesten erg vervuild, werden lijn voor lijn overgetrokken op transparanten, zodat deze bruikbaar waren voor reproductie.
Deze mensen van het eerste uur zijn onmisbaar gebleken voor de aanzet tot restauratie van het gemaal.

In de beginperiode van de restauratie hadden we nog niet de beschikking over een eigen toilet of keuken en was alles onverwarmd. In een van de vroegere dienstwoningen woonde ene Jan Douwes. Begaan met het lot van de pioniers en zeer geïnteresseerd in de voortgang van de restauratie zorgde hij voor koffie en konden wij gebruik maken van zijn toilet en in de winter onze voeten warmen bij de kachel. Was Jan er onverhoopt een keer niet, dan werd de soep met een lasvlam opgewarmd.
De technische kennis werd ook gebruikt voor het maken van plannen voor de restauratie van de stoominstallatie. Voor de bouwkundige taken werden door  een architectenbureau plannen en begrotingen opgesteld voor de aanvraag van de restauratiesubsidie.

Door de slechte staat waarin de balkkoppen verkeerden, waaide op 25 januari 1990 het dak van de machinezaal. Ook toen gaf  de overheid weer niet thuis. Met uitkeringen van de stormverzekering en sponsoring door enkele grote bedrijven werd het dak hersteld.
Omdat subsidie van de overheid, ook na herstel van het dak, uitbleef was de groep vrijwilligers  zo teleurgesteld dat de restauratiewerkzaamheden enkele jaren zijn blijven liggen. Pas in 1997 kwamen er financiën beschikbaar voor  de herbouw van de schoorsteen en toen ook het ketelhuis bouwkundig was gerestaureerd werd er opnieuw een beroep gedaan op vrijwilligers.
Een groep van 15 personen waaronder ook een aantal vrijwilligers van het eerste uur startte einde 1997 opnieuw de werkzaamheden. Vol enthousiasme werd er elke donderdagavond en zaterdag gewerkt aan de restauratie van de stoomketels en machines. Alle stoomleidingen en andere leidingnetten  werden in eigen beheer geheel vernieuwd .
De complete revisie van de machines eiste zoveel tijd dat degenen, die niet meer actief waren in het arbeidsproces, de donderdagen de gehele dag in touw waren. De nog niet gepensioneerden waren er op de woensdagavonden en zaterdagen.

Vanaf 1 januari 1998 tot heden is van de vrijwilligers een presentielijst bijgehouden. Zo werd er van 1998 tot 2004 gemiddeld 3.500 uur aan het complex gewerkt.
Van 2004 tm 2010 is er gemiddeld 4.500 uur aan De Tuut gewerkt, mede dankzij de groei van het aantal vrijwilligers van 15 naar 40 personen.
Overigens was de overheid matig of helemaal niet geintresseerd in het aantal uren dat er gewerkt werd.
 
Waaruit bestaat het vrijwilligerskorps?
Dit zijn werktuigkundigen, mensen werkzaam in de electrionica en het onderwijs, verpleegkundigen, vakmensen uit bedrijven met een HBO,MBO of LTS opleiding enz. terwijl de leeftijd ligt tussen de 15 en 75 jaar.

De eerdergenoemde donderdaggroep bestaat meestal uit 15 tot 20 personen waarbinnen verschillende ploegen zijn geformeerd.
Zo is er een ploeg voor de restauratie van de bemalingspompen, één voor de stoomketelbatterij, één voor onze oude diesels uit 1922 en 1946 en nog een timmer- en bouwkundeploeg.

Daarnaast werd er door Jaap Garsijn, één van de vrijwilligers van het eerste uur die in 2004 vanwege zijn leeftijd als hoofdmachinist een stap terug moest doen, een handboek met tekeningen en teksten over de werking en eigenschappen van de installatie geschreven. Een zogenaamd “Technisch Handboek”.
Dit boek van bijna 100 pagina’s is een leidraad geworden voor iedereen die met een stoominstallatie werkt en dieop het gemaal te koop is.
Met dit handboek als basis worden jaarlijks een 4-tal instructiedagen georganiseerd voor aspirant-stokers en -machinisten. Inmiddels hebben een 8-tal personen, onder verantwoording van een ambtenaar van Het Stoomwezen, een officieel diploma behaald.
Omdat de oorspronkelijke machinistenopleiding al sinds decennia niet meer in Nederland gegeven wordt, is de opleiding van ‘De Tuut’ de enige nog resterende mogelijkheid.
7 keer per jaar is er een zogenaamd ‘stoomweekend’. De installatie wordt onder
stoom gebracht, de machines draaien dan gedurende 2 dagen en het gemaal is opengesteld voor publiek. Bij elk onderdeel van het gemaal bevinden zich vrijwilligers die de bezoekers deskundige uitleg geven. Tijdens deze stoomdagen ontvangen de aspirant stokers en machinisten tevens hun praktijkopleiding.

Daarnaast hebben we sinds 2003 ook het zogenaamde ‘Tuutjournaal’. Dit is een wekelijks verslag van 2 pagina’s met foto’s waarin de op dat moment in uitvoering zijnde  werkzaamheden uitgebreid worden beschreven.
Het wordt aan alle vrijwilligers digitaal toegestuurd.
Het spreekt welhaast vanzelf dat een dergelijk verslag een extra stuk binding  met het bedrijf geeft.

Sinds enkele jaren is er ook een rondvaartboot – de ‘Jan Douwes’  (genoemd naar de man die ons in de beginperiode van koffie voorzag) – operationeel. Met deze boot wordt gevaren over de Nieuwe Wetering, door de sluizen en rond het gemaal. De rondvaarten worden begeleid door een gids.

En verder?

Sinds een aantal jaren heeft het complex een positieve naam verworven, mede dankzij de enthousiaste inzet van de vrijwilligers die De Tuut in bedrijf houden en verder restaureren, maar zeker ook door de extra aandacht die de regionale pers en de lokale omroepen aan dit project hebben besteedt .

Vanuit bezoekers komen vaak vragen of men iets kan betekenen voor De Tuut. Vaak resulteert dit in een nader kennismakingsgesprek, waaruit regelmatig nieuwe vrijwilligers worden gerecruteerd.

De groep vrijwilligers kent weinig verloop, een teken dat het industrieel erfgoed de belangstelling krijgt die haar toekomt. Bovendien bevordert dit geringe verloop ook de sfeer binnen de groep vrijwilligers.

Op dit moment (2011) wordt er door een groep gewerkt aan de redactie en het uitbrengen van een ‘Herdenkingsboek’ speciaal betrekking hebbende op De Tuut. In dit boek zal aandacht besteed worden aan de geschiedenis, de restauratie en de inzet van onze vrijwilligers.

Daarnaast is het in eigen beheer verzorgen van de opleiding van  stokers, machinisten en rondleiders een garantie dat het stoomgemaal ook in de toekomst zal blijven bestaan.

En de financiële betekenis van de inzet van vrijwilligers?

In de periode van 1997 tot en met 2010 is ongeveer € 800.000,- aan subsidiegelden besteed. Omdat door de vrijwilligers in diezelfde periode ongeveer 40.000 uur gewerkt is en, indien men een norm van € 20,- per gewerkt uur zou hanteren, zou door de inzet van  de vrijwilligers een bedrag van € 800.000,- nodig zijn geweest.

Jan Reijnen

[terug]
GMB Unie van Waterschappen Tauw BOSMAN WATERMANAGEMENT