| Verhalen
De
hensbeker van het waterschap Groot-Haarlemmermeer.
De hensbeker van het waterschap is de beker die
in 1884 door het bestuur van de Haarlemmermeerpolder aan de grote
Haarlemmermeerder, de scheidende heemraad, mr. J.P. Amersfoordt,
werd aangeboden.
De betekenis en historie van de hensbeker
in Nederland
Van oudsher hebben maaltijden en drinkgelagen het
genoegen van het samenzijn van onze voorvaderen in bestuurscolleges,
gilden en dergelijke verhoogd, hetgeen dikwijls met merkwaardige
ceremonies gepaard ging.
Deze ceremonies raakten op den duur meer op de achtergrond, wat
tot gevolg had dat veel kostbaar eet- en drinkgerei werd gedeponeerd
in musea en oudheidskamers, voorzover het niet in de Franse tijd
ten behoeve van ’s lands kas was ingeleverd, of aan verzamelaars
was verkocht.
Bij de waterschappen, waar gewoonlijk tradities in ere worden
gehouden, handhaafden de eet- en drinkgewoonten zich nog lange
tijd, waardoor de daarvoor gebruikte voorwerpen meestal in eigen
huis bewaard bleven.
De hensbeker werd en wordt in vele waterschappen gebruikt bij
feestelijke bijeenkomsten van dijkgraaf en heemraden en hun gasten,
en bij de installaties van nieuwe bestuursleden.
Vandaar ook de naam hensbeker, welke naam afgeleid wordt van hense
of hanse; gilde of vereniging.
Het tentoonstellen van en drinken uit deze beker symboliseerde
en accentueerde de gedachte, dat het bestuurscollege en het waterschap
als één corpus, een belangengemeente, moet worden
gezien.
De betekenis van mr. J.P.Amersfoordt voor
de Haarlemmermeerpolder.
Mr. Amersfoordt is van grote betekenis voor Haarlemmermeer
geweest.
Hij was onder meer jurist, schrijver, boer, waterschaps- en gemeentebestuurder.
Hij was intelligent, sociaal, driftig, vooruitstrevend en ongeduldig.
Hij was zijn tijd ver vooruit en had niet het geduld om met zijn
tijdgenoten in de pas te lopen.
Dit veroorzaakt veel onbegrip. Hij was vooral in het gemeentebestuur
en landbouwkringen geen onbesproken persoon.
In de vergadering van het college van hoofdingelanden
van de Haarlemmermeerpolder, gehouden op woensdag 14 mei 1884,
in het Lokaal van Staats te Haarlem, werd door de voorzitter medegedeeld
dat een schrijven was ingekomen van mr. J.P. Amersfoordt, met
bericht dat deze om gezondheidsredenen ontslag nam uit zijn betrekking
als heemraad.
De voorzitter herdacht in deze vergadering de goede en vele diensten
door de heer Amersfoordt aan de polder bewezen.
De vergadering stemde hiermee in en besloot, ten blijke van waardering
daarvan aan hem een stoffelijk bewijs aan te bieden.
In het Weekblad van Haarlemmermeer van 27 juni 1884 werd bericht
dat hem een zilveren beker met inscriptie was aangeboden, als
blijk van hulde en waardering voor de diensten die hij bij de
polder van 1856 tot 1884 als lid van dat bestuur had bewezen.
De inscriptie luidde: Het bestuur van de Haarlemmermeerpolder,
aan mr. Jacob Paulus Amersfoordt”.
Amersfoordt was van 1856 tot 1861 hoofdingeland
van de polder en van 1861 tot 1884 heemraad.
Van 1863 tot 1869 was hij daarnaast burgemeester van Haarlemmermeer.
Jacob Paulus werd in 1817 in Franeker geboren. Hij studeerde rechten
in Leiden en landbouwwetenschappen aan de landbouwhogeschool te
Hohenheim nabij Stuttgart.
Hij was advocaat te Amsterdam en landbouwer in de Haarlemmermeerpolder,
waar hij 200 hectare grond bezat en de eerste modelboerderij van
Nederland, De Badhoeve, stichtte.
In 1885 overleed Amersfoordt. Zijn weduwe legateerde
de beker in 1892 aan de Haarlemmermeerpolder.
De keur op de hensbeker
1. De eerste dronk wordt – staande –
gewijd aan het bestendig welzijn van het waterschap.
De uitnodiging daartoe gaat uit van de dijkgraaf.
2. Het is daarom een ieder verboden uit zijn glas te drinken voordat
deze dronk is uitgebracht.
3. De dijkgraaf heeft het recht de hensbeker, danwel de strafbeker
aan te bieden.
Deze bekers dienen, zonder onderbreking, te worden geledigd
4. Het is alleen de waarnemend dijkgraaf toegestaan de dijkgraaf
de hensbeker aan te bieden.
5. Na het uitreiken van de hensbeker verheft een ieder zich van
zijn zetel om met geheven glas met de betrokkene te klinken en
te drinken.
6. Na het uitreiken van een strafbeker staat niemand op en wordt
er niet met de ontvanger van deze beker geklonken.
Laatstgenoemde zal onder stilzwijgen van de aanwezigen de beker
ledigen.
7. Wie het woord wenst te voeren dient dit de dijkgraaf te verzoeken.
Deze beslist of en wanneer hij hem daartoe gelegenheid geeft.
De dijkgraaf heeft het recht iemand het woord te geven, zonder
dat deze daarom verzocht heeft.
Voor een direct antwoord op een toespraak behoeft degene, tot
wie de toespraak was gericht, geen toestemming van de dijkgraaf
te hebben.
8. Het niet nakomen van de bepalingen van deze keur wordt bestraft
met de strafbeker.
Het bezwaar maken tegen een door de dijkgraaf opgelegde straf
zal als een nieuwe overtreding worden aangemerkt.
Samensteller E.T. Tiemens
Aanreiker: drs. R. van Gaalen, dijkgraaf WGH
|