| Verhalen
Geschiedenis van Stoomgemaal De Tuut
Nadat
rond 1800 een aantal experimenten met stoombemaling waren uitgevoerd,
is de droogmaking van de Haarlemmermeer in 1842, met behulp van
stoomkracht, in Nederland de grote doorbraak geweest voor het
verder toepassen van stoombemaling voor de waterbeheersing. In
de periode 1850 tot 1920 zijn voor dit doel in Nederland circa
800 stoomgemalen gebouwd. Hiervan stonden er in het Gelderse rivierengebied
34, en in het Land van Maas en Waal 8.
Het eerste stoomgemaal in het Land van Maas en Waal werd in 1846
in Dreumel gebouwd, op last van het bestuur van de Molenpolder.
Dit is het laagst gelegen gebied in deze omgeving, ook bekend
als de zak van Maas en Waal.
Dit gemaal is de geschiedenis ingegaan als het gemaal met het
z.g. Dreumelse systeem, ontworpen door de Ir. Fijnje. Ter herinnering
hieraan bevindt zich op gemaal Charles van Uffort te Alpen. een
gietijzeren plaquette.Hierop staat nog een heel aardige spreuk
te lezen. De stichting van dit gemaal in 1953 maakte de 6 stoomgemalen
overbodig.
Stoomgemaal De Tuut is gebouwd in 1918, als één
van de laatste stoomgemalen in Nederland. Nadien is het nog wel
het stoomgemaal Ir. Wouda te Lemmer gebouwd, dat in 1920 in bedrijf
kwam.
Na 1920 heeft de stoomtechniek voor het aandrijven
gemalen steeds meer terrein verloren aan de elektromotor en dieselmotor.
Bij deze krachtbronnen hoeft er niet dag en nacht kolen geschept
te worden voor het stoken van de ketels. Bovendien is het rendement
van deze installaties veel hoger. Bij continu bedrijf van een
stoomgemaal stonden de stoker en de machinist tussen water en
vuur in een dienst van 12 uur per dag, want men werkte in 2 ploegendienst.
Op kleinere gemalen sliep de machinist in de machinezaal waarvoor
in een ledikant was neergezet. Dit kon bij een stoommachine want
deze gaf weinig lawaai, vergeleken met bijvoorbeeld een dieselmotor.
Stoomgemaal De Tuut is, samen met 7 andere stoomgemalen in Nederland,
om een aantal redenen niet gesloopt. Elk van deze gemalen is heeft
een unieke installatie, met haar eigen type stoomketel, stoom-machine
en opvoerwerktuig. Hierdoor bieden de nog aanwezige stoomgemalen
een goed overzicht van de ontwikkeling van de stoomtechniek in
Nederland.
De bouw van De Tuut
In
1915 toen de plannen werden gemaakt voor een gemaal op de Appelternse
sluis is door het Gecombineerde College van de Dorpspolders nog
onderzocht of een elektrische bemaling mogelijk was. De elektromotoren
waren reeds ontwikkeld voor grotere aandrijvingen.
In de oude binnenstad van Nijmegen stond reeds een elektriciteitscentrale
op de waalkade die wel over voldoende vermogen beschikte, maar
niet de juiste infrastructuur voor distributie. Men zag toen geen
kans om voldoende vermogen vanuit deze centrale in Appeltern te
krijgen. Vervolgens is er na een uitvoerige studie van de toenmalig
firma Van Hasselt en De Koning uit Nijmegen besloten tot de bouw
van een stoomgemaal. De firma Van Hasselt en De Koning bestaat
overigens nog steeds onder de naam Haskoning. In deze tijd waren
de stoommachines ontwikkeld tot machines met een zo hoog mogelijk
rendement en waren de stoomketels uitgerust met een oververhitter.
De installatie in De Tuut was dan ook een z.g. HR- instal-latie
zoals we deze tegenwoordig tegenkomen in de verwarming van een
woonhuis. Uiteindelijke ging het erom zoveel mogelijk pk’s
uit een ton steenkool aan de as van de centrifugaalpompen te krijgen.
De latere stoommachines zijn ontwikkeld
om langdurig onafgebroken in bedrijf te kunnen zijn, zonder dat
er veel onderhoud gepleegd hoefde te worden. Wel was het noodzakelijk
dat een machinist de nodige kennis bezat van de installatie, inclusief
de appendages, omdat het onderhoud in eigen beheer werd uitgevoerd.
Het in bedrijf zijn van het gemaal van 1918 tm 1967 heeft geen
spannende geschiedenis geschreven, het gemaal heeft haar functie
trouw vervuld.
Na de bouw van gemaal Bloemers, wat oorspronkelijk is uitgevoerd
met dieselmotoren, is het stoomgemaal buiten werking gesteld.
Het wachten was nu nog op de slopershamer.
De periode 1966 - 1984
Het Polderdistrict heeft vervolgens een
offerte aangevraagd voor de sloop. Gelukkig dat dit Polderdistrict
erg zuinig was: men vond de offerte te hoog, en men dacht dat
door nieuwe ontwikkelingen de sloop in de toekomst goedkoper zou
uitvallen.
Intussen was het stoomgemaal een soort werkplaats geworden, en
een steunpunt voor de buitendienst, voor o.a. opslag en reparatie
van materieel.
De gemeente Appeltern heeft tot driemaal toe bij college besluit
het Polderdistrict schriftelijk verzocht uit te leggen waarom
het oude stoomgemaal nog steeds niet was gesloopt. Er waren in
Gemeente Appeltern reeds 6 gemalen gesloopt of ontdaan van de
technische installatie. In dit laatste geval hadden sommige oud-stoomgemalen
een functie gekregen als café of cafetaria, of was er een
woonbestemming verkregen. Op de Blauwe sluis en de Schans zijn
hiervan de voorbeelden te vinden. In Alphen en Dreumes zijn in
het kader van een ruilverkaveling een drietal gemalen kompleet
gesloopt.
De periode 1984 tot heden
In
de nieuwsbrief van mei 2001 is uitvoerig ingegaan op het begin
van de restauratie van het gemaal en de oprichting van de Monumentenstichting
Baet en Borgh. De stichting die vanwege het gemaal was opgericht
en al ras 5 monumenten in haar beheer kreeg, zonder economische
waarde.
De eerste lichting van vrijwilligers, onder leiding van Jaap Garsijn,
hebben in de periode van 1984 tot 1995 het gemaal behoed voor
verder verval.
De financiering van vanuit de overheid zou nog tot 1997 op zich
laten wachten.
Na de bouw van de schoorsteen in 1997, uitgevoerd met een voorfinanciering
van de gemeente West Maas en Waal, kwam het besef bij de instanties
die het beheer hadden over subsidies voor monumenten, dat het
nu het moment was om Baet en Borgh de mogelijkheid te geven tot
verder restauratie van het stoomgemaal. Na de bouw van de schoorsteen
en restauratie van de bouwkundige zaken de machinezaal, het ketelhuis,
en de voormalige kolenloods, is een team vrijwilligers van 1997
tot nu toe met grote inzet bezig geweest deze restauratie uit
te voeren.
|