| Verhalen
BEZOEK VAN RUSSISCHE GROOTVORSTEN AAN
DE CRUQUIUS
Henri Stroet, red. Meer-Historie
In de Opregte Haarlemsche Courant van 18
juni 1852, het jaar van de drooglegging, las ik dat twee dagen
eerder de Russische grootvorsten Nicolaus en Michael de werken
voor het droogmaken van het Haarlemmermeer, bij de Cruquius bezocht
hadden.
Dit bericht maakte mij nieuwsgierig. Wie waren
deze vorsten en wat kwamen ze hier doen? Hoe lang bleven ze in
Nederland? Bij wie logeerden ze? Hoe zag hun leven gedurende de
dagen van het bezoek eruit? Wie vergezelden hen tijdens hun bezoek?
Dol als ik ben op historische reconstructies, wilde
ik er alles van weten. Om te beginnen ging ik op zoek naar de
stamboom van de Romanovs. Nicolaus en Michael waren de twee jongste
zonen van de heersende Czaar Nicolaus I. Zoon Nicolaus was tijdens
het bezoek 20 jaar en Michael 19 jaar. Twee jonge mensen dus.
Czaar Nicolaus I was een broer van Anna Paulowna,
de echtgenote van Willem II. In 1852 was Anna Paulowna echter
al weduwe.
In 1852 was de zoon van Willem II, Koning Willem
III, de heersende vorst. Hij was getrouwd met Koningin Sophie.
Ook Koningin Sophie (Von Württemburg) was van Russische afkomst.
Anna Paulowna was haar tante.
Ging het hier niet louter om een familiebezoek?
Ik informeerde in het Museum De Cruquius of men
daar wist van dit bezoek van de twee grootvorsten aan de Cruquius.
Hr. van Oort, vrijwilliger in het museum, wist daar inderdaad
van. Hij had het bezoek van de grotvorsten eerder genoemd in een
artikel van zijn hand. 1)
In het Rijksarchief van Noord-Holland in Haarlem
heb ik een schrijven van hoofdingenieur J.A. Beijerinck onder
ogen gehad. Het was een verslag aan zijn werkgever, de Commissie
tot Beheer en Toezigt over de Droogmaking van het Haarlemmermeer.
De tekst volgt hieronder.
16 juni 1852
Terwijl ik dezen morgen voor het doen eener inspectie,
bij den Cruquius aan
kwam, werd mij een van te voren aangekomen brief ter hand gesteld
van den Heer Consulgeneraal van Rusland te Amsterdam gerigt aan
den dirigerende Ingenieur dezer droogmaking bevattende eene kennisgeving
dat de Russissche Grootvorsten heden tusschen 7 en 8 des avond
alhier zouden aankomen ten einde zoo mogelijk het stoomtuig te
zien werken met uitnoodiging zooveel doenlijk te willen medewerken
dat dit oogmerk kon bereikt worden. De wind zuidelijk zijnde waardoor
er gedurende den geheelen dag een geringe aanvoer van water plaats
had, was het nog gemakkelijk aan dien wensch te voldoen. Tegen
8 uur arriveerden H.K.H.H. begeleid door den Heer adjudant van
Z.M. de Baron van Lijnden, de Russische minister bij ons Hof,
de consulgeneraal voornoemd en van het talrijke gevolg in drie
rijtuigen. H.K.H.H. bezichtigden met veel belangstelling het stoomtuig
dat met al de pompen ruim 6 ½ slag per minuut deed en voortreffelijk
werkte, hielden zich eenige oogenblikken in de keet op om ook
de teekeningen te zien en gaven bij hun vertrek hunner tevredenheid
over dat bezoek en hunne belangstelling in de onderneming te kennen,
een gift van f 50,- voor het personeel achterlatende. Daar ik
door de kortheid der tijd geen gelegenheid had de Commissie van
het voornemen der Grootvorsten te onder rigten hoop ik met dit
berigt aan mijnen pligt in deze te hebben voldaan.
Hr. van Oort rekende mij in een gesprek voor hoeveel
f. 50,- betekende voor het personeel: ‘Als men bedenkt dat
een weekloon zes gulden bedroeg en de bezetting tijdens het malen
zes man was (volgens het systeem: 12 uur op en 12 uur af), dan
verdiende ieder dus dik f. 4,-.
Het was niet de eerste keer dat Russische vorsten
Holland bezochten. Algemeen bekend is het bezoek van Czaar Peter
de Grote die op 18 augustus 1697, om zes uur ’s morgens,
met enige leden van zijn gevolg, in een kleine aak aankwam in
Zaandam. Hij had er verschillende molens bezocht, wat timmermansgereedschap
aangeschaft en ook bezoeken afgelegd bij familieleden van arbeiders
die hij kende omdat ze eerder in Rusland hadden gewerkt.
Een van hen was Kist, een smid, die enige tijd in Petersburg werkzaam
was geweest. Hij zat toevallig te vissen in een bootje in de Voorzaan
en werd meteen door de Czaar opgemerkt. De Czaar kwam met Kist
overeen, dat hij in zijn huis kon logeren.
Lang heeft de Czaar er overigens niet gewoond, want na amper een
week verdween hij alweer naar Amsterdam waar hij ging werken op
de scheepstimmerwerven van het VOC. Hij had er wel langer kunnen
blijven maar de meer dan twee meter lange Czaar zou teveel bekijks
hebben getrokken in Zaandam en dat verveelde hem.
Het huisje waar de Czaar tijdelijk woonde kwam
later in bezit van Willem I die het in 1818 aan zijn schoondochter
Anna Paulowna cadeau gaf. Anna Paulowna schijnt zeer ingenomen
te zijn geweest met het huisje. Vermoedelijk liet zij het voorhuis
slopen en het achterhuisje (waar Czaar Peter had gelogeerd) overbouwen
met een pannendak dat op stijlen met open bogen rustte, zodat
het geheel van buitenaf zichtbaar bleef.
Ieder jaar wordt het huisje bezocht door duizenden
toeristen uit de gehele wereld. Mensen raken onder de indruk van
het feit dat zo'n groot man als Czaar Peter de Grote genoegen
nam met zo'n nederig verblijf.
Om mijn zoektocht te vervolgen ging ik de berichtgeving
na in verschillende kranten uit 1852: de Opregte Haarlemsche Courant,
het Algemeen Handelsblad, de Nieuwe Rotterdamsche Courant, de
Arnhemsche Courant, de Utrechtse Courant en de Leydsche Courant.
(Al deze kranten zijn op microfiche te raadplegen in de Koninklijke
Bibliotheek in Den Haag.) Elk van deze kranten meldde wel iets
bijzonders.
Zo kwam ik door het Algemeen Handelsblad te weten
dat het gevolg van de grootvorsten uit de volgende personen bestond:
- Adj.-gen Philosophoff
- Gen.-majoor Baron de Korff
- Kolonel Krasnokoutski
- Prins Troubetznoi
- Prins Gagazin
- Graaf Schouvaloff
- Geneesheer Bosse
In Nederland werden daar nog de volgende personen
aan toegevoegd:
- Z. EXC. De baron von Malttiz, buitengewoon gezant
en gevolmagtigd minister van den Keizer bij ons hof (reisde de
grootvorsten tegemoet)
- Gen.-maj. de baron Ch. Nepveu (had de taak
de grootvorsten te vergezellen)
- Adjudant van Z.M. de baron van Lijnden
Door de veelheid van kleine berichtjes als puzzelstukjes
in elkaar te passen kon ik een reconstructie maken van een groot
deel van het programma van de grootvorsten. In de kaders volgt
nu het programma.
Maandag, 14 juni 1852
- In de morgen aankomst grootvorsten met gevolg per
Keulsche stoomboot te Arnhem (een dag later dan gepland was)
- Kort verblijf in Hotel de Zon in Arnhem
- 12 Uur ontvangst door Koning Willem III op paleis ‘t Loo
(zomerpaleis van de Oranjes)
- Diner en illuminatie
Dinsdag, 15 juni 1852
Omstreeks 9 uur naar Soestdijk om samen met Koning Willem
III een bezoek te brengen aan Anna Paulowna in Soestdijk. De Koning
keert ‘s avonds naar paleis ‘t Loo terug.
Woensdag, 16 juni 1852
- Aankomst 9.45 uur in Amsterdam. Déjeuner
aldaar.
- Bezoek aan: ’s Rijks Museum (Toen nog
in het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal 29) Natura Artis
Magistra (de dierentuin) en ‘s Rijks Werf (Kattenburg,
waar nu de Koninklijke Marine is.)
- Middagmaal in het Paleis op de Dam in Amsterdam.
- 14.00 Vertrek naar Zaandam met de stoomboot
Mercurius. Bezoek aan het huisje van Czaar Peter in Zaandam.
Een gift van f. 500,- aan de burgemeester van Zaandam ten behoeve
van de armen.
- Om 16.00 terug in Amsterdam
- Per gewone trein van 19.00 uit Amsterdam naar
Haarlem.
- Na aankomst in Haarlem terstond vertrek per
rijtuig naar Heemstede.
- Tegen 20.00 uur aankomst bij het gemaal de
Cruquius.
- 21.15 Terugreis per trein naar Amsterdam en
om 22.30 verder naar Arnhem. Aankomst te Arnhem rond 1.00. (2)
Van daar verder per koets naar paleis Het Loo. (nog zo’n
25 kilometer)
Donderdag, 17 juni 1852
De vierendertigste verjaardag van Koningin Sophie. Koning
Willem III en Koningin Sophie woonden op paleis Noordeinde in
‘s Gravenhage. De grootvorsten zijn hoogstwaarschijnlijk
deze dag met hun gevolg naar
’s Gravenhage vertrokken. De kranten besteedden uitgebreid
aandacht aan de feestelijkheden in ’s Gravenhage. Vooral
de versiering wordt geprezen.
Zeer fraai was aan de Boschbrug eene opgerigte eerepoort, in het
midden waarvan eene zon prijkte, waarop de naamcijfers W. en S.
werden aangetroffen. Een en ander was door gas verlicht en leverde
heerlijkste uitwerking, zoo in de nabijheid, als in het verschiet,
op. Deze verlichting trok de algemeene aandacht tot zich en strekte
den heer Goldsmith, directeur der gas-fabriek die haar op eigen
kosten had doen aanleggen, alleszins tot eer. Tengevolge van het
ongestadige weder bij dag was de verlichting van de societeitstent
in het
‘s Gravenhaagsche Bosch, afgezegd, hetgeen vooral voor vreemdelingen
tot eene groote teleurstelling verstrekte.
Vrijdag 18, zaterdag 19, zondag 20 en
maandag 21 juni
- Onbekend.
Dinsdag, 22 juni 1852
- Vanuit Amsterdam per stoomboot terug naar Rusland.
Zondag, 27 juni 1852
Terugkeer van de grootvorsten op de Peterhof bij St.
Petersburg. (Peterhof of Petrodvorec ligt ongeveer 30 km afstand
ten westen van St. Petersburg aan de zuidkant van de Finse Golf)
Aantekeningen
(1) Dr. Ir. W.P. van Oort Personele zaken bij de drooglegging
van het Haarlemmermeer Meer-Historie maart en juni 1997
(2) De tijdsaanduidingen zijn slechts benaderingen.
Men moet wel bedenken dat grote steden vroeger hun eigen tijd
hadden. Zo konden stationsklokken aanzienlijk verschillen. Pas
in 1892 werden alle stationsklokken gelijk gezet met de West-Europese
tijd.
|